De Ganymedes-reeks ontstond in 1976, in een tijd waarin Nederlandstalige sciencefiction nog geen vanzelfsprekend podium had. Het eerste deel verscheen als Bruna SF-jaarboek en wilde vooral laten zien dát het genre hier bestond, dat er auteurs waren die speculeerden en vervreemdden, zij het vaak voorzichtig. Ganymedes bood een verzamelplaats: geen manifest, geen stroming, maar een staalkaart. De vroege bundels tonen schrijvers die experimenteren binnen smalle marges, met korte verhalen die hun ideeën eerder aanduiden dan uitwerken, en die zelden de lezer bij de keel grijpen. De nadruk ligt op het concept, de gedachteoefening, het kleine morele haakje.
Die terughoudendheid is begrijpelijk. De Nederlandstalige fantastische literatuur van de jaren zeventig stond nog in de schaduw van Angelsaksische voorbeelden en van een literaire cultuur die wantrouwig stond tegenover genre. Veel verhalen uit Ganymedes 1 zijn beheerst, soms bijna bescheiden, en zoeken hun kracht in ironie, psychologische frictie of een enkel vervreemdend detail. Het einde komt vaak vroeg, net wanneer de consequenties interessant worden.
Wie deze bundel leest naast recente Ganymedes-delen of hedendaagse bundels als EdgeZero, ziet hoe sterk het veld is verschoven. Moderne verhalen zijn minder voorzichtig. Ze zijn explicieter politiek, lichamelijker, donkerder van toon. Wereldbouw is geen bijzaak meer maar een dragend element; technologie en systeemdenken worden concreet uitgewerkt. Waar de vroege Ganymedes-verhalen vragen stellen en vervolgens zwijgen, trekken moderne auteurs de lijn door en tonen wat breekt, ontspoort of verloren gaat.
Toch is de verwantschap onmiskenbaar. De argwaan tegenover vooruitgang, de fascinatie voor macht en vervreemding, en de focus op menselijke tekortkomingen lopen als een dunne draad door de hele reeks. Ganymedes 1 leest vandaag niet als een verouderd curiosum, maar als een beginpunt: een moment waarop het genre nog zijn stem zocht. Juist in die voorzichtigheid ligt zijn historische waarde.
De top 10 verhalen die me bijbleven:
Eddy C. Bertin – Ik adem je bloed in
Beklemmend en lichamelijk, met een ongebruikelijke intensiteit voor zijn tijd. Horror sluipt hier echt binnen en ondergraaft het veilige idee-verhaal.
Bob van Laerhoven – Jager
Strak en moreel ongemakkelijk. Macht en drang worden niet verklaard maar getoond. Een verhaal dat zijn scherpte bewaart door zijn terughoudendheid.
Simon Rietveld – Rafflesia
Vreemd, licht grotesk en conceptueel sterk. Het idee overheerst, maar blijft hangen door de zorgvuldige dosering van vervreemding.
Lucas Vastenhout – Meesterschap
Psychologische SF met een scherpe hiërarchie-analyse. Minder afgerond dan moderne verhalen, maar inhoudelijk verrassend hard voor 1976.
H.J. Zoethout – De regengod
Mythisch en sociaal tegelijk. De botsing tussen geloof, ritueel en menselijke behoefte wordt sober en effectief neergezet.
Hans Kemming – Een paar kilo U-253
Klassieke idee-SF, helder en functioneel. De uitwerking is beperkt, maar het centrale concept is sterk en goed geplaatst.
Wim Burkunk – Moordgriet
Volks en duister, met een bijna sprookjesachtige wreedheid. Onbehouwen, maar daardoor juist interessant binnen deze bundel.
Bob van Laerhoven – Liefde
Klein en ironisch. Minder urgent dan Jager, maar thematisch scherp in zijn ontleding van emotie als construct.
Christien Reedijk – Kleur
Abstract en suggestief. Het verhaal leunt zwaar op symboliek, maar weet binnen zijn beperkte ruimte een duidelijke spanning op te roepen.
Wim Burkunk – Normaal
Subtiele maatschappijkritiek via het alledaagse. Het blijft braaf, maar toont goed hoe normaliteit als dwangmiddel functioneert.
Met Ganymedes 1 eindigt deze herlezing in nieuwsgierigheid. De bundel is onmiskenbaar een product van zijn tijd, met zijn voorzichtigheid, zijn idee-gedreven verhalen en zijn soms abrupte stiltes, maar juist daarin toont zich een beginpunt. Hier wordt gezocht, afgetast en geprobeerd. Niet alles houdt stand, maar genoeg blijft overeind om te laten zien dat de Nederlandstalige fantastische literatuur al vroeg meer wilde dan escapisme.
Deze bundel smaakt naar meer omdat hij vragen openlaat. Daarom zullen ook de volgende Ganymedes-delen aan bod komen (dat wordt even spitten in bieb en bij antiquariaten, geen straf). In die opeenvolging ligt de echte belofte: de mogelijkheid om later terug te kijken en in een essay te onderzoeken hoe stijl, thematiek en durf zich hebben verplaatst, verdiept en verhard. Ganymedes vraagt om die lange blik.
Petra Swaelmans
Horror recensente en Wednesday look-alike
Geen opmerkingen:
Een reactie posten